Categorie: ZS thema 10

Burgerschap in het mbo

 

 

Wat is het verschil tussen BOL en BBL?

Welke opleiding doe je nu?

Zeg de zinnen na.
1. Met de tekst erbij
2. Zonder de tekst
Oefen tot je de zin goed kunt zeggen.

Dit zijn de zinnen:

  1. Ik doe mee met de zomerschool.
  2. Ik volg Nederlandse les.
  3. Ik doe inburgeringsexamen.
  4. Ik loop stage in de zorg.
  5. Ik volg een computercursus.
  6. Ik heb rijles.
  7. Ik zit op school.
  8. Ik volg een mbo-opleiding.

 

Welke opleiding ga je doen?

Zeg de zinnen na.
1. Met de tekst erbij
2. Zonder de tekst
Oefen tot je de zin goed kunt zeggen.

Hier zijn de zinnen:

  1. Ik ga staatsexamen B1 doen.
  2. Ik ga een mbo-opleiding doen.
  3. Ik ga stage lopen.
  4. Ik ga vrijwilligerswerk doen.
  5. Ik ga een computercursus volgen.
  6. Ik ga studeren in Utrecht.
  7. Ik ga mijn rijbewijs halen.
  8. Ik ga een diploma halen.

Welke opleiding heb je gedaan?

Zeg de zinnen na.
1. Met de tekst erbij
2. Zonder de tekst
Oefen tot je de zin goed kunt zeggen.

Hier zijn de zinnen:

1. Ik heb een opleiding gevolgd.
2. Het was een beroepsopleiding.
3. Het was een hogere opleiding.
4. Ik heb gestudeerd aan de universiteit.
5. Ik heb de basisschool gedaan.
6. Ik heb de middelbare school gedaan.
7. Ik heb eindexamen gedaan.
8. Ik heb een diploma behaald.

Niveaus en leerwegen in het MBO