Welke opleiding ga je doen?

Zeg de zinnen na.
1. Met de tekst erbij
2. Zonder de tekst
Oefen tot je de zin goed kunt zeggen.

Hier zijn de zinnen:

  1. Ik ga staatsexamen B1 doen.
  2. Ik ga een mbo-opleiding doen.
  3. Ik ga stage lopen.
  4. Ik ga vrijwilligerswerk doen.
  5. Ik ga een computercursus volgen.
  6. Ik ga studeren in Utrecht.
  7. Ik ga mijn rijbewijs halen.
  8. Ik ga een diploma halen.