Welke opleiding doe je nu?

Zeg de zinnen na.
1. Met de tekst erbij
2. Zonder de tekst
Oefen tot je de zin goed kunt zeggen.

Dit zijn de zinnen:

  1. Ik doe mee met de zomerschool.
  2. Ik volg Nederlandse les.
  3. Ik doe inburgeringsexamen.
  4. Ik loop stage in de zorg.
  5. Ik volg een computercursus.
  6. Ik heb rijles.
  7. Ik zit op school.
  8. Ik volg een mbo-opleiding.