Luisteren

Ontmoeting op straat

Van de website van Lingua Incognita

Vrijwilligerswerk en de economie

Wie doen er vrijwilligerswerk? (mannen, vrouwen. leeftijd, ….)
In welke sectoren (school, zorg, ….)
Wat is de economische waarde (geld)?

 

00:00
Nederlanders steken graag de handen uit de mouwen
Bijna de helft van alle Nederlanders van 15 jaar of ouder
zet zich ten minste één keer per jaar in als vrijwilliger
00:08
dat zijn zo’n vijf en een half miljoen mensen
00:11
gemiddeld besteden vrijwilligers vier uur per week aan het vrijwilligerswerk
00:14
Ruim een derde doet het werk in minder dan 1 uur per week
00:19
De grootste groep vrijwilligers werkt bij de sportvereniging, dat zijn meestal mannen
00:23
de grootste groep vrouwen werkt voornamelijk op scholen
00:26
Andere locaties waar veel vrijwilligers te vinden zijn, zijn kerken, de buurthuizen en zorginstellingen
00:32
Mensen denken dat het vooral werklozen en gepensioneerden zijn die dit vrijwilligerswerk doen maar dat klopt niet helemaal
00:39
bijna 60% van de vrijwilligers zijn juist drukke hoog opgeleide ouders
00:43
dit komt omdat ze op veel plekken komen waar ze gevraagd worden om een handje te helpen
00:48
ondanks dat dragen de 50-plussers een behoorlijk steentje bij
00:52
Van de leeftijdsgroep 55 tot 75 jaar doet de helft aan vrijwilligerswerk ennog voor meer uren ook, bijna 5 uur per week
In Nederland tellen we alleen betaald werk mee in de economie maar wat is al dat vrijwilligerswerk precies waard?
01:08
Een econoom rekende uit dat al die vrijwilligers goed zijn voor 560.000 voltijdbanen.
Als je die zou moeten betalen zou dat tussen de 5 en 20 miljard kosten afhankelijk van het uurloon
01:16
maar in de praktijk betekent het dat veel van dat werk gewoon niet gedaan zou worden met alle problemen van dien.
01:23
daarnaast zijn de ook nog zo’n drie en een half miljoen mantelzorgers, mensen die voor iemand in hun omgeving zorgen die ziek is.
als die het werk neer zouden leggen dan zouden de zorgkosten zomaar met 5 miljard stijgen

Strategisch onderhandelen voor vrouwen

Vrouwen starten met een lager salaris dan mannen. Dit verschil loopt flink op als je de hele carri1ere bekijkt. Astrid Joosten (presentatrice) rekent het voor.

Vrouwen kunnen wel onderhandelen, maar niet voor zichzelf. Zij zijn geneigd zich bescheiden op te stellen. Je moet durven vragen.

Van laaggeletterd naar taalvrijwilliger: Dianne vertelt

Dianne, dochter van een laaggeletterde moeder, geeft nu zelf trainingen aan taalcoaches die voor het project Taal voor het Leven werken.

Zo vind je die nieuwe baan

In je kracht: Trudi

Trudi was bloemist. Ze ging omscholen om in de zorg te gaan werken.

Naar het ROC, leren lezen en schrijven. Ze wordt steeds leergieriger.

Ze kan nu ook digitaal rapporteren.

Ze is zelfverzekerder geworden.

Taalklas: wonen

Taalklas: mijn lichaam

Start het filmpje.

00-3.00 een gymles (lichaamsdelen, acties als ‘strek’ / ‘buig’ / ‘wissel’

4.00-10.00 meer lichaamsdelen – soort quiz

10.00 – 13.00 nog een quiz

13.25 liedje kapper

15.00 kies het goede woord

20.00 laatste oefening (werkwoorden + zintuigen: bijv. ruiken + neus)

Alfabeter: spelletjes en oefeningen

Een website met oefeningen en spelletjes op niveau A1

Spelletjes: werkwoordenbingo

Voor de kaarten zijn de icoontjes van de Pen!-reeks gebruikt (dat wil zeggen van de elektronische versie op www.leernt2.nl).

Iedere kaart bevat de afbeeldingen van 9 werkwoordsvormen. In het bijgeleverde overzicht kun je zien welke vormen op welke kaart gevraagd worden. In de complete versie gaat het om 18 frequente werkwoorden (behandeld in Pen!). Er zijn ook eenvoudiger subsets met elk maar 6 werkwoorden:

set a: lezen, schrijven, luisteren, spreken, onthouden, denken.

set b: eten, drinken, koken, fietsen, zingen, doen

set c: hebben, zijn, mogen, willen, gaan, komen.

De kaarten kunnen ook gecombineerd worden, waarbij de simpeler kaarten aan de minstgevorderden gegeven kunnen worden.

Op het werkwoordenbingo overzicht kun je zien welke vormen gevraagd worden, en bijhouden welke vormen je zelf genoemd hebt. Voor de de subsets geldt dat alle vormen in het spel zitten.

Voor je begint met het spel, kun je met het overzicht werkwoorden de icoontjes doornemen.

 

 

Spelletjes: klokkenbingo

klokkenbingo

Knip de bingokaarten: 9 klokken per kaart. Er zijn 9 verschillende kaarten, dus je kunt dit in een groep van max. 9 personen gebruiken (of sommigen krijgen dezelfde kaart).

  1. De taalcoach noemt de tijden op (langzaam, herhalen). Je vinkt hierboven de genoemde tijd aan, zo weet je wat je al opgenoemd hebt.
  2. De cursisten strepen de genoemde tijd door.
  3. Een ‘volle’ kaart is bingo. Laat de cursist de tijden opnoemen (goede oefening), je kunt dan controleren of je de tijden inderdaad allemaal genoemd hebt.

 

 

Naar het ziekenhuis

Op de website van het Jeroen Bosch ziekenhuis in ’s Hertogenbosch (‘hallo ziekenhuis’) klik je je leeftijd aan (van 1 tot 18 jaar). In makkelijk Nederlands wordt uitgelegd hoe een bezoek in zijn werk gaat, wie de artsen zijn enz.

Afhankelijk van de leeftijd die je aanklikt, wordt het Nederlands moeilijker.

Leren autorijden 2: bedien de auto

  • 5. Koppelen en wegrijden
    • Niet rijden met een slippende koppeling
    • Bijzondere manoeuvres (verrichtingen)
  • 6. Opschakelen

    Hoe bedien je de versnellingsbak?

  • 7. Terugschakelen
    • Wanneer je gaat vertragen of stoppen. Bijv. bij rotondes.
    • Bedien de pook.
    8. Interne controle

    Alle lampjes op het dashboard.

Leren autorijden 1: bedien de auto

Bekijk de filmpjes en luister goed naar de tekst. Schrijf nuttige woorden op.
Zo leer je:

  • de auto te bedienen
  • de instructeur en de examinator te verstaan
  • 1. Voor en na de rit: spiegels, autogordel, enz
  • 2. Sturen en gas geven:
      • Sturen: de doorgeefmethode en de overpak-methode
      • Gas geven: op een gedoseerde en milieubewuste wijze (= manier). Let op het toerental.
    https://youtu.be/NQA-Bhpa228?list=PLOhYe3Ovjmc0lSJonEE3V25KYUN7wUmVU
  • 3. Plaats op de weg
    https://youtu.be/w2iOo24F9ZI
  • 4. Remmen, ontkoppelen, stoppen

    Afremmen op de motor:

    • Afremmen op de motor:
    • gas loslaten
    • terugschakelen
    • toerenteller: 1000 toeren

    Noodstop maken. De auto is voorzien van ABS (=anti blokkeer systeem).

    https://youtu.be/z4rG_Ko5iIQ

Veilig verkeer: filmpjes en testjes

Op de site van Veilig Verkeer Kids staan heel veel filmpjes en testjes om je verkeerskennis te testen.

Ze zijn bedoeld voor kinderen van de basisschool. Daarom zijn ze voor anderstaligen ook geschikt: het Nederlands is niet zo moeilijk. Doelen voor anderstaligen:

  • de Nederlandse verkeersregels leren
  • vergroten van de woordenschat
  • beter Nederlands begrijpen

Kijk bijvoorbeeld naar het filmpje Rechtdoor op dezelfde weg gaat voor:

Klik op de link om meer filmpjes te zien en testjes te maken.