Leren autorijden 1: bedien de auto

Bekijk de filmpjes en luister goed naar de tekst. Schrijf nuttige woorden op.
Zo leer je:

  • de auto te bedienen
  • de instructeur en de examinator te verstaan
  • 1. Voor en na de rit: spiegels, autogordel, enz
  • 2. Sturen en gas geven:
      • Sturen: de doorgeefmethode en de overpak-methode
      • Gas geven: op een gedoseerde en milieubewuste wijze (= manier). Let op het toerental.
  • 3. Plaats op de weg
  • 4. Remmen, ontkoppelen, stoppen

    Afremmen op de motor:

    • Afremmen op de motor:
    • gas loslaten
    • terugschakelen
    • toerenteller: 1000 toeren

    Noodstop maken. De auto is voorzien van ABS (=anti blokkeer systeem).